Teleurstelling op de markt

Het liefste heb ik dat men mij bij de voornaam en met ‘je’ en ‘jij’ aanspreekt. Niks formeel gedoe, daar hou ik niet van. Dat kan wel ineens omslaan. Dan wil ik met mevrouw en met u aangesproken worden en wil ik afstand bewaren. Dat komt dan door de manier waarop ik word benaderd.
 
Als ik in Marokko boodschappen doe, wil ik de winkeliers in het Marokkaans dialect vragen wat ik wil. Dat gaat meestal goed als ik zelf begin, maar men ziet nou eenmaal aan mijn neus dat ik geen Marokkaanse ben. Als het afrekenmoment daar is, wordt het bedrag soms in het Frans gezegd. Ik raak dan in de war, omdat ik minder geoefend ben in het Frans dan in het Marokkaans. Dan vraag ik of ze het nog een keer willen herhalen, maar dan in het Arabisch. Dat men denkt dat ik het Marokkaans dialect niet machtig ben, kan ook wel eens handig zijn.
Op de Marokkaanse markten staan geen kraampjes keurig geordend naast elkaar. Hier staat een karretje met fruit, daar zit iemand op een krukje met een tafeltje met eetwaar. Verderop ligt een kleed met kleding erop. Daarachter heb je de reguliere winkels en als je daarheen wilt gaan moet je uitkijken dat je niet aan een oud roestig obstakel blijft haken of dat je jezelf niet bezeert of bevuilt omdat je in een diepe kuil of in een smerige plas bent gestapt.
Tijdens de meest drukke marktuurtjes in de avond stond ik ergens te wachten op manlief, die even met iemand aan het praten was. De plek waar ik stond was niet naar de zin van een vrouw, die haar koopwaar op de grond had uitgestald. Ik stond blijkbaar zó in de weg dat ik de potentiele klanten het zicht van haar uitstalling benam. “Ayetta” (hé jij daar) riep ze naar me. Ik reageerde niet, had ze me maar wat aardiger moeten aanspreken. Ze riep nog eens “ayetta” en daarna zei ze dat ik uit de weg moest gaan. Omdat haar manier van roepen me niet aanstond, deed ik net of ik er niets van verstond en keek een andere kant op. De toon van de vrouw werd onaangenamer. Ik hoorde haar tegen omstanders zeggen “dik lemeschotta” (deze teleurstelling, waarbij ze mij bedoelde – iemand een teleurstelling noemen is om aan te duiden dat iemand iets echt heel naars heeft gedaan) en vervolgens gaf ze te kennen dat de teleurstelling niet uit de weg wilde gaan. Er bleven daarna onaangename uitspraken uit haar mond komen, die ik niet wil herhalen.
Op een gegeven moment kreeg ik er genoeg van, draaide me om en zei heel hard in het Marokkaans: “Jij noemt mij ‘een teleurstelling’? Dat noem ik nou pas een teleurstelling!” Enkele omstanders begonnen te lachen. De vrouw keek beschaamd naar de grond en hield haar mond. Ik vond het aan de ene kant nét goed, aan de andere kant voelde ik me ook wel bezwaard en ongemakkelijk. Ik had de situatie ook anders aan kunnen pakken en niet mee hoeven gaan in de negativiteit van de vrouw. Helaas was het toch niet mogelijk om ergens anders te gaan staan om de hele situatie uit de weg te gaan, omdat er in de drukte gewoon nergens anders een plek was om het wachten voort te zetten.
Die teleurstellende situatie op de markt heeft me geleerd om voortaan meteen een paar zinnen in het Marokkaans uit te spreken als ik vermoed dat men hier denkt dat ik de taal niet machtig ben. Juist de drukke uurtjes op de markt vind ik prachtig, maar het wachten kan ik dan maar beter niet doen, of anders alleen achter of naast een verkoper, in plaats van voor de koopwaar van iemand.

 

Dat iemand me met u en mevrouw aanspreekt zegt iets over zowel mij als degene die mij zo benadert. Het eerste vind ik niet nodig, het laatste kan ik alleen als teken van respect en zeker niet als teleurstelling zien…

Onderweg is ‘helemaal weg’ in Marokko

De weg van Marrakech naar Essaouira is tegenwoordig in ongeveer twee uur af te leggen. De smalle, vol met gaten zittende tweebaansweg heeft plaatsgemaakt voor een geasfalteerde snelweg, twee banen voor de ene, twee voor de andere richting. Maar om vanaf het vliegveld van Marrakech op die weg te geraken, is nog een hele opgave. Bij de uitgang van de luchthaven is een driesprong waar alleen een bordje staat dat wijst naar ‘Centre ville’. De andere kant op lijkt dan vanzelfsprekend. Maar is dat wel zo?
Het is ongeveer twee uur voor zonsondergang. Of we onderweg gaan stoppen voor iftar (vasten verbreken) of dat het al thuis in Essaouira kan, is de vraag die ons de hele tijd bezighoudt. Hard ervoor gaan rijden is niet echt zinvol als je niet weet of je goed rijdt. Onderweg iedere keer de auto stoppen of gewoon even het raam open te draaien om een ‘si Mohammed’ (letterlijk: ‘meneer Mohammed’; iedere man die je niet kent kun je daarmee aanroepen), een ‘ochti’ of ‘goya’ (‘mijn zus’ of ‘mijn broer’ is ook een veel gebruikte aanspreekvorm), een ‘el oualida’ of ‘el oualid’ (‘de moeder’ of ‘de vader’ voor een persoon die zo oud kan zijn als je vader of moeder) naar de weg te vragen helpt vaak wel enkele kilometers. Maar als er nog steeds geen bordje in zicht dat de juiste richting op wijst kun je blijven vragen. Blind vertrouwen op de aanwijzingen van de lokale weggebruikers is toch de enige optie.
Of je nou op een snelweg of op een lokale weg in Marokko rijdt, overal kom je ze tegen; fietsers, brommerrijders, paard-en-wagens, en allerlei voertuigen die niet voor auto, maar ook niet voor brommer of iets anders door kunnen gaan. Zelfs voetgangers begeven zich op de weg waar auto’s vaak met 100, 120 of zelfs meer kilometers per uur voorbij razen. Ook honden, katten en andere dieren steken regelmatig en onverstoord de weg over. Het lijkt net of de wegen zijn gemaakt voor iedereen, behalve de automobilist.  Als je niet uitkijkt heb je zo iemand of iets overreden, of een knaller gemaakt die ervoor zorgt dat je een halve of hele dag doorbrengt in een lokaal garagebedrijf ergens op straat en hopelijk niet al te ver van je route af, maar in de dichtstbijzijnde woonplaats.

 

Eindelijk, na 60 kilometer rijden, stoppen, vragen, keren en brommers, fietsers, wagenbestuurders en andere weggebruikers ontwijken komen we eindelijk op de ‘snelweg’ die ons rechtstreeks naar Essaouira leidt. Het is al bijna donker en ook de bussen vol toeristen stoppen ergens bij een eetgelegenheid, zodat de chauffeurs hun vasten kunnen verbreken. “Als je keihard wilt rijden omdat je op wilt schieten moet je het in de Ramadan tijdens de zonsondergang doen , de politie onderbreekt het werk namelijk ook voor iftar.” is een veel gehoorde grap in Marokko. Dat klopt niet; de dienstdoende politiemensen richten hun controleposten zo in dat ze kunnen eten en opletten tegelijk.  We stoppen dus net als de meeste weggebruikers en zetten onze weg, die nu niet meer ‘helemaal weg’ is, daarna voort tot aan Essaouira, waar we bij donker aankomen…

Welkom in Marokko

Uit het vliegtuig gestapt, direct een golf van warmte over je heen. Wat een verschil met het weer van de afgelopen dagen in Nederland! De 38 graden in Marrakech voelen heerlijk aan, behaaglijk, aangenaam. Niet zoals die zweterige Hollandse benauwdheid.
Snel richting de rij voor de paspoortcontrole. De glazen hokjes met de in blauwe overhemden geklede beambten kan ik al van ver zien en het gestempel in de paspoorten kan ik al bijna horen. Hoe lang zou het nu weer gaan duren? Als ze maar niet weer moeilijk gaan doen over het een of het ander. De vorige keer werd er om een carte nationale (Marokkaans identiteitsbewijs) gevraagd omdat de beambte dacht dat ik Marokkaanse was, de keer daarvoor lieten ze ons bij vertrek bijna ons vliegtuig missen omdat de lange rijen wachtenden niet snel genoeg werden weggewerkt. Altijd verrassingen bij die Marokkaanse douane.
Met de enkele vraag of mijn oudste kind geen carte nationale had en mijn korte daarop volgende “nee”, konden we ons voor Marokkaanse begrippen gelukkig snel naar de bagagehal begeven. Dan de vraag of de bagage wel aan was gekomen, gebaseerd op eerdere ervaringen. Speciale bagage hadden we ook nog mee; een in een doos verpakte fiets. De bagageband draaide al met bagage, terwijl we bij de eerste passagiers hoorden die het vliegtuig verlieten. Voordeel van een klein vliegveld. De band draaide niet geheel vlekkeloos; toen een koffer bleef steken hoopte de rij daarop volgende bagage zich op en donderde de ene na de andere koffer van de band af. Niemand die dat even kwam corrigeren. Een medepassagier achter mij mompelde voor zich uit “Wat een gedoe ook altijd hier, slechte organisatie, niemand hier doet wat. Welkom in Marokko.”
Toen we alle bagage behalve de fiets-in-doos hadden verzameld, liep ik naar de opening waarvandaan ik steeds de bagage binnen had zien komen. Ik keek tussen de slierten rubber door naar buiten en het enige wat ik zag was een luchthavenmedewerker die languit op een van de transportkarretjes lag. Het zag er niet naar uit dat er nog enige bagage zou worden aangeleverd. Gelukkig stond er een jongen aan de andere kant naast de opening, die me vragend aankeek. Ik vroeg hem waar de speciale bagage aan zou komen. Hij vroeg wat ik verwachtte en ik legde het uit. Hij vroeg me om te blijven staan en zei dat hij ging kijken. Opgelucht, omdat ik me nog steeds kon redden in het Marokkaans, maar ook omdat de fiets-in-doos toch was meegereisd, ging ik aan de zijkant naast de opening wachten.

 

Laatste barrière op de luchthaven was met alle bagage door de laatste check heen komen. Fiets-in-grote-doos moest nog wel een keer van het wagentje af omdat de dame bij de uitgang wilde weten wat er in de doos zat. Eindelijk door de deur de hal van de luchthaven ingekomen wachtte een verrassing: niet alleen manlief was er om ons te verwelkomen, ook mijn kleine meid die als het dolle stond te springen en te lachen omdat we waren aangekomen. Marhaba, welkom in Marokko!

We gaan…

Nog maar even, en dan…helemaal weg, lekker niet hier, maar na een jaar weer daar. Laatste dagen werken, de hele dag zitten aan een bureau, achter een beeldscherm. Dat is nu eigenlijk te veel. Ik wil weg vliegen, het kikkerland uit naar het zuiden. Noord Afrika, Atlantische kust. Essaouira, Mogador, stad waar de wind bijna nooit gaat liggen…
Kon ik me er maar heen flitsen. Maar nee, eerst inpakken, opruimen, sleutel onderbrengen, plantjes een onderkomen geven, alles moet in orde zijn. Dan nog vervoer naar het vliegveld regelen, twintig keer tickets checken, geld en paspoorten mee. Niets vergeten?
Zijn we wel op tijd? Klopt het ticket wel? Zou ik me niet vreselijk in de dag vergist hebben? Moesten we er niet nóg eerder heen? Stel, je hebt gewoon een black out en je staat daar met je goede gedrag in de rij voor de check-in balie en je naam wordt niet weergegeven op de passagierslijst. Het gaat vast in een flits door iedere vliegtuigreiziger heen, wat een grap, een giller een blunder! Weg vakantie, ga maar gewoon weer naar je werk hoor, een andere vlucht boeken in deze tijd zit er toch niet meer in…
Niet zenuwachtig zijn, we gaan toch met vakantie? Dan horen alle zorgen uit je hoofd te zijn. We gaan lekker op weg, dus waarom zoveel drukte over materiele en praktische dingen? We laten alles achter en gaan naar Marokko, het land waar de zon ondergaat…

BFF: Beste vrienden, voor altijd?

Voor het eerst na jaren kom ik je weer tegen. We waren beste vrienden, weet je nog? Snel liep je me weer voorbij, een korte groet, een glimlach. Konden we dat niet nog iets langer vasthouden? Zoals we vroeger deden? Moest het nou zo vluchtig zijn, moet dat nu voor altijd zo gaan, of kunnen we weer een keertje samen zitten, als vanouds, toen we nog dikke, dikke vrienden waren?
We deelden zo veel, uit een oud verleden en een nieuw heden. Herinneringen werden door ons opgehaald en nieuw gemaakt. Er werd gehuild, gelachen, gepraat, we gingen samen dingen doen, gezellig eten, lezen, we wedijverden zelfs samen om kennis te vergaren over iets groots, iets moois. Zo heb ik het nooit met iemand gedeeld en dat zal ik denk ik ook nooit meer meemaken.
Waar is het stuk gegaan? Ik kon het je toen niet zeggen omdat ik je niet wilde kwetsen, maar mezelf kwetste ik het meest door het niet te zeggen. Ik had je moeten vertellen wat me raakte, als we echte vriendinnen waren geweest had je het begrepen. Zoals ik jou begrepen heb en we elkaar altijd begrepen. Ik vertrouwde je en dacht daarom dat het nooit fout kon gaan. We hadden het goed moeten maken. We moeten het nog steeds goed maken maar er is een muur, een barriere, waardoor we het allebei niet kunnen. Nog steeds niet, nu niet en misschien wel nooit. Waarom?

Mischien kom ik je ooit tegen, niet meer op de manier waarop ik je nu tegenkom. Dat ik het wel tegen je kan zeggen. Dat je me niet meer snel voorbijloopt met een glimlach en een groet. Dat ik ervoor zorg dat je stopt en dat ik je eindelijk kan zeggen wat me toen raakte en wat me nu nog steeds raakt. Zodat het me daarna niet meer raakt. Zodat we weer kunnen praten, lachen, huilen als vanouds. Zodat we weer vrienden kunnen zijn, maar dan voor altijd. Wil jij dat ook?

Soep: eet je het of drink je het?

De heerlijkste recepten zijn die recepten die je ooit ergens vandaan hebt gehaald, maar je weet niet meer waar vandaan, van wie je ze hebt gekregen of waar ze stonden. Ze bestaan alleen nog in je hoofd, omdat je  met de eigen draai die je eraan hebt gegeven, gewoon niet meer weet hoeveel je van alle ingrediënten gebruikt. Het gaat puur op gevoel en dan wordt het het lekkerst.
Mijn harira, Marokkaanse soep die ik vooral in de Ramadan maak. Ik kook de soep altijd in dezelfde pan, zodat ik precies weet hoeveel soep ik krijg. Het leuke is dat mijn familie in Marokko wacht. Halverwege de maand Ramadan ga ik naar Marokko en mijn familie wil dan dat ik soep maak. Omdat ze mijn harira zo lekker vinden. Wat een heerlijk compliment!
Mijn harirapan neem ik niet mee. Wel geef ik dezelfde, maar toch ook weer een andere draai aan de soep. Net iets andere ingrediënten. Tomaten smaken bijvoorbeeld heel anders, veel lekkerder in zuidelijke landen.
‘Al harira, hiya matisha’ is wat ik altijd in mijn hoofd heb als ik de soep klaarmaak. Dit betekent dat de soep staat of valt met tomaten. Een soep die staat of valt nog wel haha. Maar harira is meer dan alleen een tomatensoep. Er zitten ook onder andere selderij, koriander, linzen en kikkererwten in. Een heerlijke soep waar je veel van op kan, maar ook snel vol van wordt. Vooral in de Ramadan.
In Nederland eten we soep, in Marokko drinken we het. Dat is een verschil in taalgebruik, maar misschien heeft het werkwoord dat hoort bij het nuttigen van soep ook wel te maken met de gebruiken die eraan verbonden zijn. In Marokko wordt op ieder moment van de dag soep genuttigd. Zelfs in ontbijtgelegenheden kun je de dag met soep beginnen. Niet alleen de tomaten-harira komt dan op tafel, maar ook ‘harira dyal smida’ (soep gemaakt met maismeel) en ‘bissara’ (erwtenpuree die soms ook als soep wordt geserveerd). Het moet dus makkelijk te consumeren zijn en daarom is dat de mogelijke reden voor het ‘drinken’ van de soep. In Nederland nemen we soep vaak als tussendoortje tegen de ergste trek, als voorafje om de eetlust te stimuleren of als maaltijd. Reden om in Nederland bij het nuttigen van soep meer aan ‘eten’ te denken.

 

Het koken van soep in de Ramadan is een fijne bezigheid als afleiding. Toch is het ook niet heel eenvoudig. Tijdens het vasten kun je namelijk niet echt weten of de soep gekruid genoeg is, omdat je niet kunt proeven. Ook dat gaat op gevoel. Gelukkig doen de bouillonblokjes en de peperbus hun werk goed. En voor de zekerheid staat er natuurlijk zout op tafel. Een fles azijn of citroensap zijn ook gewilde smaakversterkers voor harira. Harira wordt ook wel ‘harira alhamda’ (zure soep) genoemd. Een ietwat vreemd voorkomende gewoonte, als je iemand voor het eerst een sloot azijn in zijn soep ziet doen. Ik drink (of eet ik?) mijn harira in ieder geval nooit zonder een flinke sloot azijn…

Wie, welke ruimte?

Hoe voel je je als mensen ruimte voor zich opeisen en weinig voor anderen overlaten? Luidruchtige mensen in een groep, die maken dat je stil wordt en in jezelf terug kruipt. Soms doe je mee, maar dat kost meestal veel energie. Je voelt je daarna bij jezelf weggehaald en dan heb je tijd nodig om er bovenop te komen. Dat is de valkuil van iemand met voelsprieten. Je gaat aan jezelf voorbij en dat zorgt ervoor dat anderen je ruimte opslokken.

Iedere persoon neemt een bepaalde ruimte in. Het is bijna geen ruimte te noemen, meer een soort van krachtveld dat groot of klein, sterk of zwak kan zijn. Geen ruimte die je fysiek als persoon inneemt op de aarde of in de lucht waar je in loopt. Of toch wel? Sommige mensen noemen het aura, maar dat waarschijnlijk meer met stemmingen te maken. Het gaat om de rol die je in de omgang met mensen inneemt. Maar ook een rol die je vervult als je alleen bent. De ene persoon neemt meer ruimte in, in een gezelschap, in het samenzijn dan de ander. De een heeft ook meer ruimte of aandacht nodig dan de ander, om zich zeker te voelen.

Bedenk een persoon die afstandelijk overkomt. Dat hoeft niet werkelijk zo te zijn, het is een beleving. Diegene komt over als een teruggetrokken persoon, iemand met een ingebouwde afstand. Je kent die persoon misschien alleen in een bepaalde situatie en van wat is verteld over die persoon. Je voelt een bepaalde ruimte om diegene heen en die is niet groot, door de afstand die er is. Daarom is het ook een niet heel sterk aanwezig persoon en dat vindt diegene prima.

Een voorbeeld van een ander persoon die juist wel heel aanwezig is, maar daar niet mee om weet te gaan. Dat zuigt je steeds weg, omdat je aandacht daar naartoe moet, of je wilt of niet. Dat slokt je energie op.

 
Een natuurlijk persoon neemt niet teveel ruimte in en slokt ook niet te veel op van anderen. Maar wie is nou werkelijk echt een ‘natuurlijk persoon’ en wat is dat dan? En wat is te veel en wat te weinig. Ook dat is beleving…
De eerste persoon is zelf tevreden met zijn manier van aanwezig zijn en het boeit hem ook niet echt hoe anderen daarover denken. Dat komt eigenlijk heel sterk over. De tweede persoon is juist heel onzeker, terwijl dat op het eerste gezicht niet zo is. De natuurlijke (denk: perfecte) persoon heeft beide van de eerste twee in zich, niet te veel, niet te weinig, gewoon ‘goed’.

Ruimte, een relatief begrip. Wat een gewaarwording, omdat daaruit blijkt dat de ruimte, of het krachtveld heen en weer en van binnen naar buiten kan gaan. Hoe beleef jij het? Zie je het, voel je het bewegen?

Kijk je wel eens naar je eigen ruimte? Komt iemand er makkelijk binnen, of heb je een muur om je heen die moeilijk te doorbreken is. Als mensen makkelijk je ruimte in stappen, vind je dat erg, of in het begin niet maar later, als het vaker gebeurt opeens wel? Stap je dan achteraf op iemand af om het te zeggen, of bouw je ineens een muur op en laat je niemand meer binnen? Of haal je lekker je schouders op en neem je de benen? Iets om over na te denken…

Niet zoals ik wil

Rechts doet het niet meer. Vooruit, niet aanstellen, gewoon doorgaan. Dat deed ik altijd al, nu dus ook. Niemand zeggen, anders word je misschien op een ander idee gebracht. Mijn eigenwijze ik wil gewoon lekker nooit doen wat anderen zeggen. Verstandig is anders. Toch maar doen wat anderen me zouden aanraden?

Fanatieke ikke wil verder, steeds grotere afstanden afleggen. 25 jaar geleden was de drive er niet en nu wel, maar nu ben ik geen 25 meer. Toch wil ik niet meer terug naar die tijd, wil weten wat ik nu weet, hebben wat ik nu heb, doen wat ik nu doe, zijn waar ik nu ben en dat is dat.
Hoe lang gaat het nog duren voor ik weer de vele kilometers kan afleggen? Hoeveel pijn komt er nog voorbij, welke oefeningen moet ik doen? In september de Dam tot Dam, in oktober halve Marathon van Amsterdam. Waarom nu aan dan denken, herstel heeft de aandacht nodig.

 

Voorlopig zit het er nog even niet in. Maar waar ergens een deur dicht gaat, gaat er elders eentje open. ´Je ziet eruit als een goede renner, maar je hebt begeleiding nodig´ werd mij bij de behandeling gezegd. Boodschap en les zijn duidelijk. Iedere schaduwkant heeft dus ook een zonkant in zich.

Loempia’s maken

Een heleboel kip, uien, eieren, kruiden, olie en deegvellen. Aan de slag maar, de hele middag staat in het teken van het maken van meer dan 100 loempia’s. De hele zondag is in ieder geval wel besteed en aan het einde kunnen we alvast een paar heerlijke kiploempia’s eten. Een jaarlijkse, gezellige traditie die voorafgaat aan de maand Ramadan, waarin wij allemaal lekkere hapjes op tafel zetten.
Natuurlijk vergeten we altijd wel iets te kopen: niet genoeg olie, de uien zijn op. Ook niet vergeten de deegvellen op tijd uit de vriezer te halen, anders moeten we eerst wachten op het ontdooien als de vulling eenmaal klaar is. Tranen springen me alweer in de ogen bij het snijden van de uien. Dit moet echt in etappes. Nog een of twee uien en dan heb ik het weer gehad. Snel deksel sluiten, anders zorgt de lucht voor nog meer tranen. Dan nog koriander fijnhakken, kruiden in de pan, en maar liefst drie kilo kip in kleine stukjes snijden. Ook dat laatste weer in gedeeltes, vanwege de gladvette handen die je ervan krijgt. Niet vergeten de eieren te koken. Zo schiet de tijd lekker op. Na het klaarzetten van alle ingredienten de vulling gaar bakken. Het leuke en gezellige gedeelte komt er bijna aan!
Pan met vulling, loempiavellen, lepels voor het opscheppen, bakje water voor het dichtplakken van de rolletjes en een schaal voor alle gerolde loempia’s op tafel. Met z’n drieen rollen we de ene na de andere loempia. De stapel groeit gestaag. Het worden er wel honderd, een hele berg. Na een tijdje krijgen we er wel een beetje genoeg van; de pan is bijna leeg en we moeten nu iedere keer opstaan om er nog een schepje uit te halen.
De olie staat al warm te worden op het vuur. De eerste loempia’s kunnen erin. Nu is het weer wachten tot alle bijna honderd loempia’s gebakken zijn. En dan zijn ze eerst veel te heet om op te eten. De chilisaus wordt al uit de kast gehaald. Deze is echt onmisbaar bij het eten van loempia’s. De eerste loempia kan gegeten worden. Bismillah.
Het is nog wel geen Ramadan, dus het is wel even zaak om straks zoveel mogelijk loempia’s in zakjes in de vriezer te doen, zodat ze voor die periode gereserveerd worden. Anders kunnen we volgende week weer opnieuw beginnen…

Smoelenboek

Dat is allemaal leuk en aardig ja. Die snelheid waarmee het voorbij is ook altijd. Vluchtige berichtjes, korte verslagen, nieuws dat zo meteen al geen nieuws meer is. Alles alleen van dit moment. Een kwartiertje niet gekeken is wel zo twintig verhaaltjes gemist.
Wie ken je nog echt, kun je alleen via een schermpje in iemands leven kijken? Kan het alleen nog maar zonder aanraking, gesprek, oogcontact? Is er nooit meer tijd voor het voeren van een gesprek, moeten we alleen maar werken, eten slapen en begint dan alles weer opnieuw?
Weer eens aan de telefoon hangen, een afspraak maken, ergens heen gaan, bioscoopje pakken, lunchafspraak, op een kleed in het park zitten. Zonder de eeuwige apparaatjes met toetsjes die tijdens gesprekken altijd weer tevoorschijn komen. Relaxen, praten chillen. Geen gelegenheid, verplichtingen, werk, taken, sport en maar een heel klein beetje vrije tijd.

 

Contact via een scherm of schermpje. Woorden die via toetsen of toetsjes de wereld in schieten. In de hoop dat iemand ze leest, en dat ze bij de juiste persoon terecht komen. Blij om iemand na jaren weer te vinden. Vrienden van vroeger, familieleden, klas- en studiegenoten, vroegere en huidige collega’s. Contact, verbinding, maar toch ook weer helemaal niet. In elkaars leven kijken maar het niet fysiek met elkaar delen. Internet, verbinding, snelheid, vluchtigheid, oppervlakkigheid, afstandelijkheid…

Een kijkje in de keuken en een mengcultuur in onze hoofdstad