Tagarchief: Halve Marathon

Halve marathon gelopen met een halve griep!

startvak
Ik vind foto’s maken in het startvak altijd leuk…

Of het wel verstandig is geweest vraag ik mij achteraf af. Van te voren denk je niet zo. Dan zeg je tegen jezelf; kom op zeg, je laat je toch niet kisten? Een beetje loper gaat, met of zonder griep! Dat heb ik dus gedaan, maar gemerkt heb ik het tijdens de rit wel. Vooral in het tweede gedeelte. Samen met het gevoel van blijdschap dat ik het toch maar weer geflikt heb, baal ik ook een beetje. Want met een halve griep een halve marathon lopen in het zonnige weer dat ik niet beschouw als mijn favoriete loopweer, dat hakt er toch wel in. Wel kan ik hier weer wat van leren denk ik.

De hele week voorafgaand aan het grote gebeuren (link vorige blog) heb ik me aardig koest weten te houden. Vanwege die griep dacht ik er verstandig aan te doen mijn krachten te sparen. Aan het begin van het parcours leek het ook ten goede te komen aan het lopen dat ik deed. De eerste 5 km liep ik in zo’n 35 minuten. Geen topsnelheid, maar de laatste tijd tijdens mijn training kon ik me slakkeriger dan dat tempo voortbewegen.

Toen ik nog niet eens de helft van het parcours had gelopen begon ik het te voelen. De energie die ik aan het begin gevoeld had was weg. Ik had nog wel flink van de bananen en isostar bij de uitdeelposten genuttigd. Dat had ik gedaan vanwege mijn halve marathon avontuur van vorig jaar (link). Waarom het ineens veel minder ging, dat vroeg ik me dan ook niet direct af. Ik had wel vaker tijdens het lopen in een dip gezeten. De ervaring had mij geleerd dat de energie aan het eind wel weer terug zou komen. Daarom hield ik mij qua tempo wat meer in. Ik hield er rekening mee dat ik dat tijdens de laatste kilometers weer in kon halen. De energie zou terugkomen ongeveer op het moment dat ik Vondelpark in zou lopen, dacht ik. Vanaf dat moment kon ik de weg bijna blind afleggen.

Eindelijk, daar zette ik vanaf de kant van het Leidseplein mijn eerste voet in het Vondelpark. Wat was dat? Mijn rechtervoet leek wel te slapen! Enkele tientallen meters besteedde ik aandacht aan de manier waarop ik die voet neerzette.
Het leek net of ik hem steeds ingetrokken hield. Ik probeerde mijn voet goed af te rollen. Dat leek te helpen. Plotseling voelde ik felle steken in mijn rechterkuit. Even dacht ik aan het woord ‘zweepslag’, een aandoening waar ik niet veel over weet, maar wel dat hij met name voorkomt bij oudere sporters. Daarna dacht ik aan de mensen die aan de uitgang van het Vondelpark bij de Amstelveenseweg zouden staan om me aan te moedigen. Dat zou balen zijn, als ze me strompelend voorbij  zagen komen. Geen leuk vooruitzicht. Ik besloot een stukje te wandelen voordat ik bij de uitgang kwam.

Op ongeveer de helft van de weg door het Vondelpark begon mijn andere kuit ook te steken. Wat was dat nou, vroeg ik mij af. Het zou toch niet gebeuren dat ik kruipend de finish over moest? Kruipen zou ik zeker doen als het niet anders kon want die medaille ging ik in ontvangst nemen. Stoppen was geen optie, daar had ik niet die hele weg voor afgelegd.
amstelveensewegNa enige tijd heel rustig te hebben gejogd ging het wel weer. Het leek erop dat ik niet hoefde te kruipen aan het eind. Vriendin, buren en manlief zagen me in ieder geval lachend voorbij komen. Van manlief kreeg ik (voordat de foto hiernaast genomen werd) een fles koud water mee. Fijn vooruitzicht om me na de finish meteen mee te kunnen opfrissen.

Mijn tijd bij de finish stond op 2:46:… Geen tijd om echt trots op te zijn, gezien mijn vorige halve marathons waarvan ik de allereerste in 2:13 uur had uitgelopen. Maar toch…wel weer eentje gelopen, het toch maar weer geflikt. Iemand in mijn netwerk schreef: vier halve marathons, dat zijn wel twee hele!

Ik hou er niet van om uitvluchten te maken, ook al was ik dit keer écht minder fit dan de vorige keren. Of het daar aan lag dat ik pijn had, moest wandelen en veel te traag naar mijn zin het parcours had afgelegd? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik bij mijn volgende halve marathon niet hetzelfde mee wil maken…

medaille

 

Mijn week voorafgaand aan de halve marathon in Amsterdam

medaille-tcs-2016
Een wel héél grote medaille!

Zo enthousiast als ik was in mijn week voorafgaand aan de Dam tot Damloop, de dagen voor de halve marathon in Amsterdam was daar weinig van te herkennen. Hoezo, had ik er geen zin meer in dan? Dat niet. Ik heb maanden uitgekeken naar het grote gebeuren en mij er prima op voorbereid. Zelfs heb ik woensdag met groot plezier in de herfstwind nog een rondje Sloterplas gelopen.  De afgelopen dagen heb ik het heel rustig aan gedaan.

Zoals vaker gebeurt wanneer de herfst zijn intrede doet, komen griep en verkoudheid weer om een hoekje kijken. Bij ons in huis klopten hoest en keelklachten op de deur. Ook ik moest eraan geloven. Keelpijn, schorre keel en moeilijk praten. Lekker dan, net vlak voor ik een halve marathon ga lopen. Maar toch, lopen kan er wel voor zorgen dat je je naderhand beter voelt. Een beetje loper laat zich natuurlijk ook niet uit het veld slaan door een verkoudheidje. Ik moet wel echt gevloerd zijn en een flinke koorts hebben wil ik zondag niet gaan lopen. Dacht het dus niet dat iemand, wie dan ook, gaat proberen mij tegen te houden. Toch is dit een teken dat ik mezelf wat meer in acht moet nemen dan ik anders zou doen en mijn krachten moet sparen. Die 21,1 kilometer gaan me dan heus wel lukken…

Wat heb ik in de week voorafgaand aan de halve marathon in Amsterdam gedaan behalve dat rondje Sloterplas? Op een paar rustige oefeningen thuis na geen trainingen meer. Voornamelijk mezelf in de watten leggen. Kopjes thee met honing drinken. Geroosterde broodjes met jam eten. Veel sinaasappelsap en citroen drinken. Pompoensoep eten, zelf gemaakt van de pompoen uit de moestuin van mijn zus. Door manlief meegenomen harinkje met ui en augurk eten. Gewoon lekker alles eten en drinken waar ik trek in heb. Het mag, maar vooral omdat ik last heb van mijn luchtwegen. Anders was ik vast nog wel een keer gaan lopen of zwemmen. Op het menu staan verder nog nog cous cous met veel groenten en kip voor maar liefst vrijdag én zaterdag. Op zondag marathondag eet ik ‘s ochtends pannenkoeken. Heerlijk allemaal! Naast het feit dat een halve marathon de nodige energie kost verbrand ik er rond de 1.400 calorieën mee. Ik heb het wel en breed nodig!

tcs-2016-startnummers-ophalen
startnummers ophalen

Op vrijdagochtend ben ik samen met mijn buurvrouw, die ook de halve marathon loopt, naar de Sporthallen Zuid in de buurt van het Olympisch Stadion gegaan om onze startnummers op te halen. Dat vind ik leuk om te doen. Je proeft de sfeer dan al een klein beetje. Het is nog niet heel druk maar we moeten wel even in de rij wachten om het startnummer in ontvangst te kunnen nemen. Allerlei talen hoor je om je heen spreken. Het is duidelijk dat de Amsterdam marathon een internationaal gebeuren is. Een vrouw die achter mij in de rij staat vraagt waar de start precies is. Het is leuk om te vertellen wat ik al weet van vorig jaar. En dan ben ik aan de beurt en mag ik mijn startnummer in ontvangst nemen en naar huis. Dat gaat niet zomaar, want je mag niet dezelfde route lopen om uit de sporthallen te komen zoals je gekomen bent. Je moet langs stands lopen waar dure sportartikelen aangeboden worden. Natuurlijk als lokkertje bedoeld, maar voor de gewone mens als ik niet echt weggelegd. Loopschoenen van € 150 kan ik me namelijk niet veroorloven. Ik wil graag naar huis, het boekje dat bij het startnummer geleverd is uitgebreid doornemen, naar mijn startnummer kijken en lekker dromen en denken aan wat zondag komen gaat. Met iets lekkers erbij, omdat het mag!

commerciele-stands-tcs
Mooi ingerichte stands met voor mij te dure sportartikelen

Volg jij het gebeuren rond de marathon van Amsterdam, kom je kijken of ken je iemand die deelneemt aan het evenement?

Een week voor de TCS Amsterdam Marathon 2016

11-days-till-the-tcs-amsterdam-marathon-2016
Het aftellen is alweer begonnen. Op het moment dat ik de foto hierboven maak is het nog 11 dagen voordat de marathon van Amsterdam weer plaatsvindt.

Op het moment dat ik deze blogpost publiceer is het nog 8 dagen voor de start van het evenement. Een dikke week dus nog.

Het leuke van de marathon van Amsterdam vind ik dat je al dagen van tevoren ziet dat het gaat gebeuren. Voor mij misschien een ietsje meer nog, omdat ik zeker twee keer per week het Olympisch Stadion (waar het gebeuren start en eindigt) bezoek. Dat is vanwege de atletiektraining van mijn dochter. In die omgeving zie je dat tentjes worden opgebouwd, wegwijzers en vlaggen worden geplaatst en de dranghekken en toiletten al dagen van tevoren worden neergezet. Ik ben me er nog extra bewust van denk ik, omdat ik dit jaar voor de derde keer écht deelneem aan het evenement. In 2013 schreef ik mij in voor de halve marathon maar kon ik niet meedoen vanwege een blessure. In 2014 liep ik de 8 kilometer van het marathonparcours. Vorig jaar liep ik eindelijk voor het eerst de Mizuno halve marathon in Amsterdam, de grootste halve marathon in Nederland. Dit jaar mag ik hopen dat ik voor de tweede keer de 21,1 kilometer van de marathonroute afleg. Geweldig om naar uit te kijken. In mijn stad!

Toch kriebelt het ook als ik denk aan wat komen gaat. Het is wel 21,1 kilometer hè, en al heb ik ervoor getraind, het is geen kattenpis als je dat maar weet. Allerlei scenario’s gaan nu alweer door mij heen. Ik hoop maar niet dat het van dat benauwde weer wordt als toen ik de 8 kilometer liep. Toen moest ik aan het einde meteen gaan zitten omdat mijn bloeddruk naar een vervelend punt was gedaald. Het flesje drinken dat bij de finish werd uitgereikt hielp me gelukkig weer snel op de been. Het weer is dus een heel belangrijke factor, net als de drukte. Liever heb ik hetzelfde ietwat koude weer als vorig jaar. Dan kan ik de drukte ook beter bolwerken. Want publiek aan de kant is wel leuk, maar leidt soms ook af. Fris weer en een klein beetje nattigheid mag van mij ook best. Dat laatste is juist goed voor het zuurstofgehalte in de lucht. Ik hoop ook dat de deelnemers nou eens niet zo ‘hard’ proberen te gaan en steeds tegen anderen aan stoten omdat ze in willen halen. Waarom niet gewoon genieten, daar doen we het toch voor of niet? Ik hoop ook dat ik vooral in het begin niet te hard van stapel loop. En ik wil, ik hoop, ik denk…zoveel gaat er door mij heen hoe dichterbij het komt…

Vanaf twee weken voor je een lange afstand gaat lopen bij een evenement, hoef je eigenlijk niet meer die afstand af te leggen. Dat is het hardloopadvies wat ik vaak lees. Het is de afbouw, de rust die je natuurlijk nodig hebt, voordat je alles geeft tijdens wat ik dan maar even bestempel als het hoogtepunt, de loop waarin je alles van jezelf geeft. Voor mij hoeft dat niet zo. Ik wil nog best een week van tevoren weer een oefen-halve marathon lopen. Of iets wat er dichtbij komt. Een soort generale repetitie, net als ik deed een week voor de Dam tot Damloop. Zo voel ik me zekerder voor de week erna. Zo van: ik weet dat ik goed voorbereid ben, vorige week deed ik het nog. Dat is mijn manier.

Voorlopig gaat het aftellen nog even door, maar het is zó 16 oktober. Ik zal nog zeker twee keer voor dat bord staan en ook andere dingen zien veranderen rond het Olympisch Stadion. Dat is voor mij een soort extraatje, net als het moment van het afhalen van de startnummers. Nog eventjes, nog zoveel dagen, een paar nachtjes slapen en dan is het zo ver!

Volg jij het gebeuren rond de marathon van Amsterdam, kom je kijken of ken je iemand die deelneemt aan het evenement?

Wie als laatste finisht…

Bij de start had ik het al in de gaten. Iedereen ging gelijk een stuk sneller dan ik. Wel een beetje anders in vergelijking met zo’n massale loop als de Dam tot Dam of de halve van Amsterdam. Dan zijn er altijd wel deelnemers die achter je lopen. Als je vroeg start kom je nooit als laatste bij de finish aan.

Brettenloop

Bij de Brettenloop in Amsterdam afgelopen zondag namen 116 renners deel aan de halve marathon. Als je toch al geen snelle loper bent dan zit je in zo’n situatie al snel in de achterhoede. Of loop je de hele 21,1 kilometer alleen terwijl je de andere laatste renners steeds ver voor je uit ziet lopen. Zoals het mij overkwam.

Vrijwel direct maakte hij zich bekend. De parcoursbeveiliger die de achterhoede in de gaten moest houden. Hij zou de hele route achter mij blijven fietsen, zo zei hij. “Doe gewoon je ding, het is jouw feestje” waren zijn woorden om mij niet teveel af te leiden. In het begin was dat makkelijker gezegd dan gedaan. De hele tijd voelde ik zijn ogen in mijn rug prikken. Niet dat ik dacht dat hij steeds keek, het was het idee. Tijdens de laatste kilometers werd het me juist een steun. Mijn hartslag was voor mijn doen wat hoog. Wat als…als het niet ging kon ik gewoon achterop springen, was nu en dan mijn gedachte. Dat wilde ik natuurlijk niet, maar toch.

Nergens langs de route waren  hekken geplaatst om het gewone verkeer weg te houden. Onderweg stonden wel verkeersregelaars die het verkeer op zijn tijd tegenhielden en parcourswachten om de juiste route te wijzen. Behalve bij finish en start stond er geen publiek langs de weg. Eenzaam en zwaar is het dan om die vele kilometers af te leggen. Heel anders dan wanneer je gewoon met de stroom van duizenden lopers en door het geroep van toeschouwers wordt meegevoerd. Je moet het geheel op eigen kracht doen…

Het parcours was wel heel mooi. Het eerste stuk gaat door het westerpark, dan via Sloterdijk naar het prachtige Brettengebied om bij Halfweg weer terugwaarts te gaan. Halverwege kwam het punt waarop de snelsten al aan hun terugweg bezig waren. Dat is dan ook weer zwaar. Het mooiste gedeelte van de route kwam toen gelukkig nog. Met een beetje motregen af en toe was het uitstekend loopweer. Ik wist dat ik het ging halen, tenslotte had ik deze afstand bij dit evenement drie jaar geleden ook al eens gelopen. Dat het weer zo zwaar kon worden wist ik ook. Toch valt het dan tegen, omdat je weet dat iedereen die meedoet eerder bij de finish zal zijn.

De laatste loodjes wegen het zwaarst, wordt zo vaak gezegd. Als je je aan het begin van een loop rustig aan doet valt dat aardig mee. Je bewaart wat reserves voor het laatste stuk. Ben je van het begin af aan de laatste, dan wegen alle loodjes zwaar. Je doet er het langst over, dus moet je ook het langste volhouden. Maar de beloning is dan ook het grootst. In eigen voldoening, maar ook omdat je het meeste wordt aangemoedigd. Parcourswachten, verkeersregelaars en de mensen die bij de finish stonden, iedereen riep mij op het laatst bemoedigende woorden toe. Mijn lieve buren stonden zelfs bij de finish met bloemen en hebben dit leuke filmpje gemaakt. Wie als laatste finisht wordt het meeste aangemoedigd…

 

Vriendje gemaakt bij de Halve Marathon van Amsterdam

Erg dol ben ik niet op bananen. Ze kunnen soms best handig zijn, dat wel. Stiekem ben ik soms zelfs een beetje bang voor bananen. What the… (?!) denk je nu misschien. Ja hoor, ik wil best een keer lollig gaan doen, maar daar is het mij bij deze niet om begonnen. Nu gaat het gewoon over voedsel en niet over iets anders.

Nogmaals, ik ben een beetje bang voor bananen, omdat je nooit weet wat je onder die schil tegenkomt. Precies als…stop Japke, moet ik nu vermanend zeggen. Toch heb ik gelijk. Je weet het niet; donkere en beurse plekken komen voor, ook als de schil er mooi, hard en geel uitziet. Daar kan ik zelfs een hele banaan om weg willen gooien. Echt.

Halve Marathon 18 oktober 6Tijdens veel loopevenementen is banaan hetgeen wat je onderweg aan voedsel wordt uitgereikt. Je wordt niet altijd gepamperd met sinaasappel- en meloenpartjes, zoals bij de Dam tot Damloop afgelopen september. Drukte is al niet mijn ding, dan naast drinken en natte sponsjes alleen maar banaan? Nee, ik was niet van plan daar in te trappen, dat wist ik zeker!

Als je zo’n halve marathon gaat lopen en nog wel in de middag, moet je natuurlijk wel goed ontbijten. Helaas ging er maar weinig in, die zondagochtend 18 oktober. Helemaal toen ik de start had gezien van de hele marathon om 9:30 uur ’s ochtends. Kon ik maar zo vroeg, dan hoefde ik het zoals altijd alleen met een paar kopjes koffie te doen. Harde dingen kauwen in de ochtend vind ik vreselijk. De havermout die ik in de ochtend na een loop vaak nuttig, daarvan kon ik mij niet voorstellen het ineens van te voren te eten. Lekker klotsend aan de start, mij niet gezien. Van de zenuwen liep ik ook al steeds naar het toilet. Wat je ervoor over moet hebben, alleen om 21,1 kilometer te mogen lopen, op een vastgestelde tijd vanaf een vooraf bepaald punt.|

Niet etenHalve Marathon 18 oktober 4 baarde me meer zorgen dan het voortdurende toiletbezoek. Er moest en zou wat in. Daar lagen een paar bananen op het aanrecht. Oké dan, glaasje sinaasappelsap erbij en wegspoelen maar. Viel toch mee. Geen bruine plekken dit keer. Ik kreeg er in ieder geval een vol gevoel van. Wat druivensuiker, een klein flesje drinken en gelletjes mee om voor en tijdens het lopen tot me te nemen. Het zou vast wel gaan.

In het startvak op de Stadionweg, de straat waar ik ben opgegroeid nog wel, stonden een aantal toiletten. Goed geregeld, fijn om de laatste zenuwen de baas te worden. Dan het wachten. Ruim een half uur bibberen in de kou was het. Veel mensen hadden vuilniszakken over zich heen. Jammer, wel aan gedacht maar toch niet gedaan. Daar gingen we dan eindelijk. De eerste twee kilometers betekenden voor mij ijsvoeten warm lopen. Dat kun je echt niet te snel doen. Ondertussen plassen uitwijken en ook nog eens opletten dat je niet van links en van rechts ellobogen in je kreeg van de passerende zo-nodig-snel-moetende renners. Dat bleek uiteindelijk wel het échte grote minpunt van de loop. Snap ik niks van, dat je zo nodig moet duwen. Waarom steeds inhalen? Je kunt toch gewoon lekker lopen en genieten?

Halve Marathon 18 oktober 1De gang door het stukje Bijlmer viel erg mee. Het was volgens mij niet eens Bijlmer, maar Duivendrecht. Of een combi misschien. Ik had gehoord dat het een saai stuk is. Zeker omdat er vooral kantoren staan. Verder ging de loop door beboste straten en lanen. Het was uitstekend loopweer; vochtige lucht zorgt voor veel zuurstof. Voor mij het ideale weer om te lopen. Mooie tegenhanger van de drukte. Gelukkig maar!

Bij Watergraafsmeer kwamen we het bewoonde gedeelte van Amsterdam weer binnen. Toen begon ik pas het grote voordeel te bemerken van het lopen in je eigen stad. Van te voren had ik de route wel bestudeerd. Maar vanaf dat punt wist ik precies waar we verder gingen lopen. Daarop kun je anticiperen wat energie en snelheid betreft. Ideaal gewoon. Als échte Amsterdammer heb je dan een streepje voor. Helaas begon toen ook het hongergevoel. Alsof ik er toen ruimte voor kreeg misschien of het toeliet. Ik merkte dat mijn bloeddruk begon te zakken. Hoofd werd licht, lichaam voelde zwaar aan…nee toch? Dieptepunten zijn er altijd bij zo’n lange duurloop. Maar flauwvallen, daar doe je het niet voor. Stoppen kan ook niet, want dan daalt die bloeddruk mogelijk naar een dieptepunt. Gelletje dan maar nemen om wat energie bij te tanken. Druivensuiker durfde ik niet te nemen. Stel je voor dat je je verslikt? Dit zou me niet naar het einde helpen. Wat te doen…toch maar aan de banaan…?

Uitdeelpunt in de Molukkenstraat. Bekertje drinken en ja, een halve banaan. Fijn toch wel. Minuutje aan de kant staan, hapje banaan, slokje om het weg te krijgen en weer verder. Wanneer zou het volgende punt zijn? Zeeburgerdijk. Stadhouderskade. Weer hetzelfde korte ritueel; eten, slokje, verder lopen. Het ging goed. Energie kwam terug. Had ik dat maar bij ieder uitdeelpunt gedaan. Nu snap ik waar die bananen goed voor zijn!

Eindelijk, Vondelpark! De laatste drie kilometer. Vanaf daar kon ik bijna met ogen dicht naar de finish. Hoe vertrouwd. En wonder, ik was niet eens stuk zoals vaker wél gebeurt aan het einde, maar voelde zelfs de kracht om te versnellen. Daar ging ik. Veel mensen die mij onderweg hadden ingehaald, passeerde ik al lachende. Lekker puh, had je maar niet met je elleboog in me moeten prikken, als jij één van diegenen was! Laatste uitdeelpunt bij de Amstelveenseweg hoefde niet meer. Ik ging naar de finish, wist zeker dat het kon, en was niet meer te stoppen. En zo kwam ik in het Olympisch Stadion over de streep. Verwachte eindtijd 2:42. Werkelijke tijd 2:33. Grote glimlach. Maar wel snel naar huis. Warm douchen en een échte maaltijd nuttigen. Geen banaan…

Halve Marathon 18 oktober 5Eigenlijk hou ik totaal niet van massale evenementen. Sail, koningsdag en al het andere hoeft niet zo van mij. Maar een hardloopevenement is voor mij een klein beetje anders. Een prestatie neerzetten, helemaal voor jezelf, dat is waar je het ondanks de drukte voor doet. Ook al ga ik na afloop liefst zo snel mogelijk weg. De Dam tot Damloop vond ik al best een grote stap om naartoe te gaan. En daar vond ik heel onverwachts een vriendinnetje. Hoe dat ging lees je hier. Die Halve Marathon van Amsterdam wilde ik minstens één keer in mijn leven lopen. Dat doen als je net 50 bent geworden is dus wel een echte mijlpaal. En dan vind je ineens een soort van vriend, ook al is dat ‘alleen maar’ banaan. Hoe gek kan het soms lopen?

Dag banaan, het was leuk dat je mijn maatje was. Wie weet tot een volgende keer…

 

 

 

Hoe bereid je je voor op die Halve Marathon?

Net de dag na de Dam tot Damloop viel de aankondigingsbrief van de Halve Marathon van Amsterdam in de brievenbus. Konden ze daar niet een weekje mee wachten? Nee, ze moesten het je natuurlijk meteen inpeperen: ‘Vergeet het niet hoor, je hebt die damloop wel gedaan, maar nu komt het échte werk.’

De fijne herinnering zat er nog in en ik was nog zo aan het nagenieten. Door die brief voelde ik mijn hart in mijn keel kloppen. Zou het net zo gaan als bij de Dam tot Damloop? Aan de start moest ik al zo nodig plassen dat ik dacht dat het niks zou worden. Toch gek, iedere renner weet dat je tijdens het lopen je blaas als het ware blockt. Iemand die naast me stond in het startvak herinnerde me daar nog even aan. Tenzij je écht écht moet natuurlijk, dan is er geen houden aan. Met andere wooden, je kan jezelf flink voor het lapje houden. Achteraf bleek het te kloppen; toen ik eenmaal een paar kilometer aan het rennen was voelde ik mijn blaas niet meer. Zie je wel?

Halve Marathon 27092015Het is waar. 21 kilometer is flink meer dan 16,1. Ik weet het, want ruim 2,5 jaar geleden liep ik mijn eerste officiële halve marathon. Dit keer wordt mijn tweede en nog wel in de maand dat ik 50 jaar word. Mijlpaal! Toch wordt het nog wel even trainen. Niet dat ik denk dat het niet zal lukken. Ik heb er al weken training op zitten zelfs. Maar ik moet even die brug over van de 16 naar 21. Laat ik het maar meteen doen, dacht ik van de week. Vanmorgen, vanmorgen deed ik het. Heel lekker vroeg in de ochtend met de steeds lichter wordende lucht en de opkomende zon. Echt genieten. Het ging prima, ik ging zelfs over de 21 heen.

Kat in het bakkie voor de 18e oktober denk je nu misschien. Maar nee, dat is niet zo. Op eigen gelegenheid lopen is heel anders dan in het gareel van een loopevenement. En dan die starttijd. Voor een vroege vogel als ik is 13.20 verre van ideaal. Grondige voorbereiding in mijn hoofd vraagt dat van mij. Toch niet verkeerd dat ik die brief nu al bijna een week in mijn bezit heb…

Nog drie weken te gaan. Ik heb de afstand achter de kiezen dus ik kan zeggen dat ik er klaar voor ben. Dat geeft een bepaalde rust. Nu door de week verschillende kortere loopjes doen en volgend weekend weer een lange. Over drie weken laat ik het gewoon gebeuren…